CHECKLIST VIDEOCOMMUNICATIE

GEBRUIKSAANWIJZING

Waarvoor dienen de checklists?
Gebaseerd op ervaringen opgedaan tijdens dit project zijn de onderstaande checklists ontwikkeld. Zij bieden degenen die videocommunicatie (willen) toepassen ondersteuning bij de voorbereiding en uitvoering daarvan.1

Wie zijn de beoogde gebruikers?
De gebruikers van deze checklists kunnen zijn: studenten, docenten, onderwijsondersteuners, experts en opdrachtgevers

Indeling in didactische scenario’s
Videocommunicatie als onderwijsvorm is bijzonder geschikt voor bepaalde didactische ‘onderwijsscenario’s’. Bijvoorbeeld een scenario als ‘internationaal samenwerken van studenten’ vraagt om het gebruik van de nieuwste communicatiemiddelen. Het gebruik van videocommunicatie binnen een dergelijk scenario intensiveert het contact en het gevoel van saamhorigheid tussen studenten, draagt bij tot de flexibiliteit (minder gebondenheid aan plaats en vaste tijdstippen) en bevordert de efficiency (tijdbesparing)
De checklists hebben betrekking op een aantal onderwijsscenario’s die gedurende deze projectperiode zijn uitgevoerd :

  • internationale samenwerking van studenten;
    Binnen het scenario ‘internationaal samenwerken’ is er speciale aandacht voor de
    (scenario)modaliteiten:
    • leren hanteren van culturele verschillen;
    • leren presenteren van onderzoeksresultaten.
  • studenten discussiëren met experts op afstand;
    Binnen het scenario ‘raadplegen van experts’ is er speciale aandacht voor de (scenario)modaliteit:
    • leren discussiëren.
  • begeleiden/coachen van individuele studenten of groepjes studenten.

Indeling in gebruikersgroepen
Bij toepassing van VC in het (hoger) onderwijs zijn in principe drie groepen ‘gebruikers’ betrokken:

  1. de studenten, die VC als leermiddel hanteren en soms (mede)verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van VC-sessies;;
  2. de docenten, die VC als onderwijsmiddel toepassen. Tot deze groep ‘gebruikers’ rekenen we ook de docenten/medewerkers/buitenstaanders die bij het gebruik van VC de rol vervullen van onderwijsverantwoordelijke, inhoudelijk deskundige, expert, expert-opdrachtgever, coach, moderator tijdens VC-sessies en dergelijke;
  3. de technische onderwijsondersteuners en eventueel de systeembeheerders, die ondersteunen bij de technische realisatie van VC en de helpende hand bieden bij het oplossen van technische problemen.
Opgemerkt moet worden dat enerzijds de moderne VC-apparatuur zo gebruiksvriendelijk is dat een permanente technische ondersteuning niet meer nodig is en anderzijds dat het raadzaam is de docenten een scholing aan te bieden in de basis van het hanteren van de VC-techniek.2

Indeling in fases (fasering)
Bij de toepassing van VC en het realiseren van de verschillende VC-sessies in het eerder genoemde VC-project is uitgegaan van een fasering in drieën:

  1. de voorbereiding van een VC-sessie;
  2. de uitvoering van een VC-sessie;
  3. de nazorg.

Omdat VC als onderwijsvorm een zekere complexiteit kent, is een goede voorbereiding cruciaal, meer dan bij de traditionele onderwijsvormen. Een goede nazorg, inclusief evaluaties door studenten, technici en docenten, draagt bij tot verbetering, leidt tot betere voorbereiding van eventueel volgende VC-sessies of projecten waarin VC wordt toegepast.

Indeling in onderwijsaspecten
Binnen de onderstaande checklists worden de volgende onderwijsaspecten onderscheiden:

  • inhoudelijke aspecten: een check op deze aspecten betekent dat wordt nagegaan in hoeverre toepassing van VC meerwaarde oplevert voor het onderwijs;
  • organisatorische aspecten: welke organisatie wordt gevergd bij VC-sessies. Als onderdeel van de organisatorische aspecten wordt speciale aandacht besteed aan communicatieve aspecten;
  • technische aspecten: dit betreft allerlei technische zaken die een rol spelen bij de toepassing van VC in het onderwijs.

Succesvolle VC-sessies worden gekenmerkt door het adequaat toepassen van communicatieregels (‘VC-etiquette’). Daarbij moeten studenten zich ook bewust zijn van (grote) verschillen die bestaan in het hanteren van communicatieregels in verschillende landen en culturen. De ervaring in het eerder genoemde VC-project leert dat zelfs binnen West-Europa opmerkelijke verschillen bestaan in perceptie van communicatieregels

______________________________________________________________________________

  1. Een beschouwing over en beschrijving van het toepassen van videocommunicatie in het hoger onderwijs wordt geboden in: ”Spreken tot de verbeelding, videocommunicatie in het hoger onderwijs”, Utrecht 2006.
  2. Dit geldt zowel voor de ‘room systems’ (hardware-VC-systemen) als de ‘desktop systems’ (webconferencing-systemen).
Info